Psychotische klachten na een bevalling

Lotgenotencontact | Ervaringsverhalen | Informatie | Publicaties

Veelgestelde vragen

Tijdens gastlessen, trainingen en workshops komen er heel veel vragen voorbij over mijn meegemaakte kraambedpsychose. Deze vragen zal ik hieronder beantwoorden.

Vragen Erasmus MC - 12 oktober 2017

  1. Wat zou je voor tips geven aan verpleegkundigen?
    Ik zou als tip geven om begrip te tonen voor eventuele symptomen die ze kunnen krijgen. Hoe onwerkelijk en vreemd deze voor jou kunnen zijn, voor de moeder is het haar realiteit.
  2. Wat vond je het fijnste in de begeleiding die je van verpleegkundigen kreeg?
    De rust en de regelmaat waren helpend. 
  3. Hoe is je oudste zoon bij deze periode betrokken geweest?
    Mijn man heeft ervoor gezorgd dat hij vaak meekon naar het ziekenhuis. Jammergenoeg mocht hij niet op de Moeder-Baby-Unit komen, vanwege de leeftijdsgrens van 12 jaar (mijn zoon was destijds 11).
  4. Heeft het je weerhouden van een eventuele volgende zwangerschap?
    Niet de psychose zelf, maar de zwaarte van een zwangerschap heeft mij ervan weerhouden om een volgende zwangerschap aan te durven. Ik heb twee keer een hernia gehad.
  5. Heb je nog weleens traumatische gedachten van de separeercel?
    Nee, daar heb ik geen trauma aan overgehouden.
  6. Hoe was het in de isoleercel? Het lijkt me dat je meer behoefte hebt aan mensen om je heen in plaats van eenzaamheid.
    Achteraf gezien hadden de verpleegkundigen met mij in gesprek kunnen gaan over mijn gedrag. Tijdens een psychose overzie je niet de gevolgen van je eigen handelen.
  7. Merk je restverschijnselen bij je kinderen?
    De eerste jaren heeft de jongste moeite gehad met duidelijk praten. We zullen nooit weten of dat is gekomen door de opname in het ziekenhuis of dat dat sowieso gebeurd zou zijn.
  8. Hoe was de periode na de opname? Hoe voelde je je toen?
    Na het meemaken van de psychose kwam ik in een depressie terecht en daarna een periode van oververmoeidheid. Het heeft dus even geduurd voordat ik mezelf weer op orde had, zeker ook omdat 3 maanden na de psychose mijn schoonvader overleed en ik 9 maanden na de psychose een tweede hernia meemaakte.
  9. Hoe was de periode voor je gezin?
    Afschuwelijk en zwaar. Dit gun je geen enkel gezin.
  10. Wat dacht je man toen je naar hem toeliep toen je net in een psychose was beland?
    Ik zag de paniek in zijn ogen, terwijl hij van zichzelf een hele rustige man is.
  11. Is het bekend geworden wat de trigger is geweest voor het ontwikkelen van de psychose?
    Het immuunsysteem wordt als oorzaak gezien voor het ontwikkelen van een kraambedpsychose.
  12. Hoe kwam je uiteindelijk uit de psychose?
    Dat was net zo acuut als dat ik er in gegaan was. Toen mijn man, mijn schoonzus en oudste zoon op bezoek waren, zei ik tegen hen dat ik ze niet vertrouwde en dat ik de gedachte had dat ze mij dingen influisterden om me in een psychose te houden. Op dat moment ging mijn oudste zoon huilen en kwam ik terug in de realiteit.
  13. Hoe ging je oudste zoon hiermee om? Heeft hij nooit gedacht: dit komt door mijn broertje?
    Of hij die gedachte heeft gehad, dat heb ik hem nooit gevraagd.
  14. Wat doet het nu nog met je dat je dit hebt meegemaakt?
    Het is een periode die ik heel erg goed verwerkt heb. Er zijn geen onderwerpen door mij onbesproken gelaten, dus in die zin kan ik hier heel goed mee uit de voeten. Dat moet ook eigenlijk wel, anders zou ik niet kunnen doen wat ik nu doe. Als ik elke keer met tranen een gastles zou moeten geven, dan zou dat voor mij betekenen dat ik zaken nog niet verwerkt heb.
  15. Heb je nu nog klachten?
    Geen psychische klachten, hoogstens periodes van slecht slapen en wat minder energie.
  16. Denk je dat jouw opvoeding invloed heeft gehad op de psychose?
    Nee, dat heeft het absoluut niet.
  17. Heb je naast suïcidale gedachten ook gedachten aan infanticide gehad?
    Ja, die zijn er zeker geweest. Hoewel ik weet dat ik mijn kinderen nooit wat aan zou willen doen, is dat idee tijdens een psychose volledig anders. Hersenen werken dan niet meer naar behoren, een mens kan vreemde dingen doen.
  18. Heeft je zoon blijvende ontwikkelingsproblemen?
    Nee, daar is geen sprake van.
  19. Welke rol heeft je partner aangenomen hierin?
    Hij is voor mij de stabiele factor en iemand waar ik op kan vertrouwen.
  20. Hoe lang duurde het voordat je hersteld was?
    Na een jaar ben ik weer aan het werk gegaan en na twee jaar heb ik de medicijnen afgebouwd. Het ligt er dus een beetje aan wat onder 'herstel' verstaan wordt.
  21. Hebben je zoons iets meegekregen van de depressieve klachten en psychotische ervaringen en hier iets aan overgehouden?
    Nee, ze hebben er gelukkig niets aan overgehouden.
  1. Kun je achteraf zeggen dat er al symptomen waren?
    Nee, er waren op de dag dat ik acuut psychotisch werd geen symptomen merkbaar. Juist omdat het bij mij zo acuut verliep, is daar geen verslechtering gedurende een periode geweest. Ik raakte binnen 10 seconden psychotisch, dus wist zelf niet wat er gebeurde. Overigens is vanuit de Ervaringsgroep Kraambedpsychose bekend dat het merendeel in de loop van de dagen meer symptomen krijgt en verloopt dat proces geleidelijker.
  2. Wanneer was het moment dat je wist dat je God niet was?
    Op het moment dat ik weer acuut uit de psychose kwam, ongeveer 2 weken later nadat de psychose begonnen was. Toen pas besefte ik dat ik uit een andere realiteit (dimensie) kwam en realiseerde ik me dat dit van tijdelijke aard was. Overigens maak ik er weleens een grap over door te zeggen dat God even wat ATV-dagen heeft genomen en de wereld tijdelijk aan mij toevertrouwde :-).
  3. Durfde je je kinderen nog aan te kijken?
    Bij met name de jongste was dat in het begin wel een probleem. In hem had ik de duivel gezien en het heeft dan ook een tijd geduurd voordat mijn angstgevoelens daarover weg waren. 
  4. Voelde je schaamte?
    Absoluut. Op het moment dat ik uit de psychose kwam, schaamde ik me voor mijn uitspraken. Eigenlijk schaamde ik me minder voor wat er gebeurd was, omdat ik me realiseerde dat ik daar niets aan kon doen. Maar de uitspraken over dat ik God geweest was, kon ik toen pas meer in perspectief plaatsen.
  5. Heb je vertrouwen in jezelf terug moeten krijgen?
    Zeker. Dat was behoorlijk ondermijnd. En dan met name het vertrouwen in datgene wat ik had gezien (hallucinaties) en het vertrouwen dat het allemaal weer goed zou komen. De angsten die ik daarna thuis had, waren zo ontzettend heftig dat dat allemaal een plek moest krijgen.
  6. Had je de eerste 5 dagen na de bevalling nergens last van?
    Nee, echt helemaal niets kon er op wijzen dat er iets te gebeuren stond. Ik was echt heel erg relaxed, deden het rustig aan met visite en ik genoot ook echt van de aandacht voor ons als gezin. Ik sliep goed, at gezond, dus echt nergens was er iets merkbaar.
  7. Was je bang om nog een keer zwanger te worden?
    Nee, daar ben ik nooit bang voor geweest. We hebben zelfs een derde kind overwogen, maar vanwege mijn rugklachten (2x een hernia) vond ik dat niet verstandig. Het meemaken van een kraambedpsychose is voor mij dus niet bepalend geweest om geen kinderen meer te krijgen.
  8. Wat was er fijn voor jou in je omgeving?
    In mijn persoonlijke omgeving hebben mijn man en kinderen altijd begrip gehad voor datgene wat ik heb meegemaakt. Mijn man weet alles wat ik heb meegemaakt en daardoor voelt het voor mij geen belemmering meer om dingen te vertellen. Het is erg fijn om zoveel warmte en begrip te voelen.
  9. Waar heb je iets aan gehad?
    Wat voor mij erg belangrijk geweest is, is het feit dat ik de ruimte en tijd heb gehad om mijn ervaring te kunnen opschrijven. Dat is eigenlijk mijn eigen therapie geweest. Tijdens het schrijven van mijn 2 boeken heb ik heel wat tranen gelaten.
  10. Wat weet je nog van de tijd in de isoleercel?
    Eigenlijk alles nog wel. Hoewel in de loop van de tijd de herinneringen eraan vervagen. Wat mij nog steeds het meeste bij blijft is toendertijd mijn gedachte 'Als ik hier ooit uit kom, dan gaan mensen van mij horen'. Ik heb die 24 uur in de isoleercel absoluut niet als helpend ervaren. En hoewel ik begrijp dat hulpverleners actie wilden ondernemen toen ik - met een stoel boven mijn hoofd - gevraagd heb door welke raam die mocht, was het voor mij voldoende geweest als ze eenvoudigweg met mij hadden gesproken.
  11. Was je na het meemaken van deze ervaring bang voor een terugval?
    Ik had niet in de gaten dat dat mogelijk was, maar toen ik na een half jaar zelf de medicatie ging afbouwen, werd ik door de psychiater erop gewezen dat tijdens het eerste jaar er een groter risico bestaat op terugval. Om die reden heb ik mijn eigen wijsheid even in de koelkast geparkeerd en gebruik gemaakt van de wijsheid van de psychiater.
  12. Heb je er iets aan overgehouden? Heb je nog klachten?
    Ik heb tot medio 2016 (dus 8 jaar lang) last gehad van ontstekingen en regelmatig heel erg slecht slapen. Er waren dagen bij dat ik tot 5 uur in de ochtend beneden zat, om vervolgens dagen daarna slecht geconcentreerd te zijn en weinig energie te hebben. Ik ben in augustus 2016 bij een orthomoleculair therapeut geweest en heb een Levend Bloed Analyse laten doen. Daar kwam uit dat ik teveel gist- en eiwitcellen in mijn bloed had wat kan wijzen op een slecht werkend immuunsysteem. En omdat de hypothese bij kraambedpsychose ook over het immuunsysteem gaat, werden voor mij op dat moment heel veel dingen duidelijk. Daarna met supplementen de laatste restverschijnselen aangepakt. Ik werd me erna van bewust dat suikers een hele slechte invloed heeft op mijn slaapritme. Die probeer ik dan ook zoveel mogelijk te vermijden.
  13. Wie was je op het moment dat je niet in de psychose was?
    Daar was ik op dat moment niet mee bezig. Ik werd zo ontzettend binnenstebuiten gekeerd dat ik er totaal niet mee bezig was wanneer ik wie zou moeten zijn.
  14. Heb je deze situatie beter verwerkt door er over te praten en informatie te delen?
    Door mijn ervaringen in 2 boeken te verwerken, was dat - achteraf gezien - mijn verwerking. Naast de begeleiding vanuit het Erasmus MC voor wat betreft medicatie, heb ik verder geen adequate nazorg gekregen. Er was iemand van de thuiszorg geregeld die mijn rust en regelmaat moest bieden. Toen ik haar vertelde wat er met mij gebeurd was, en ze antwoordde dat ze nog nooit van een 'kraambedpsychose' had gehoord, was het voor mij al klaar. Daarna liet ze haar multomap, agenda en telefoon bij mij thuis liggen, en ik vroeg me toen terecht af wat haar toegevoegde waarde zou worden.
  15. Had je tijdens de psychose het gevoel dat je moest vechten voor het 'vreemde'?
    Dat een psychose een enorm gevecht is (voornamelijk met mezelf), dat is wel duidelijk. Maar vechten 'tegen het vreemde' kan ik zelf niet plaatsen. Het was misschien meer een gevecht hoe ik mij als mens staande kon houden, omdat alles in het leven op dat moment op losse schroeven kwam te staan. 
  16. Ben je nog weleens bang dat je na een grote verandering een terugval kan krijgen? Na welke situatie denk je dat dat kan gebeuren?
    Ik heb na mijn ontslag bij mijn werkgever in 2014 ook weer beginnende psychotische klachten gehad. Dat was niet zozeer vanwege het ontslag zelf, maar omdat er in de ontslagbrief en tijdens gesprekken met HR zoveel tegenstrijdigheden waren dat het voor mij heel moeilijk werd om in psychische balans te blijven. Er waren zoveel dingen die niet in overeenstemming waren met elkaar dat ik daar de draad begon kwijt te raken. Na het schrijven van een brief hierover - waarin ik vertelde dat het voor mij kantje boord was - kreeg ik geen reactie.
  17. Heb je het je kind kwalijk genomen dat je psychotisch werd?
    Omdat ik vanuit onderzoeken door het Erasmus MC weet dat het een somatische oorzaak heeft, kon ik voor mezelf al heel snel bepaalde schuldgevoelens verklaren. Als ik zelf al niet weet hoe ik het had kunnen voorkomen, dan zal ik mijn jongste kind al helemaal niets verwijten.
  18. Ben je teleurgesteld in jezelf dat dit jou is overkomen?
    Nee, niet teleurgesteld. Ik vind het wel jammer dat ik tot twee keer toe niet de mogelijkheid heb gehad om een gezellige kraamtijd te hebben. Ik was drie maanden na de eerste bevalling zwaar depressief geraakt.
  19. Zie je de gebeurtenis als een zwakte?
    Ik zie het niet als een zwakte. Ieder mens is kwetsbaar, ook al willen we graag geloven dat we als mens onfeilbaar en sterk zijn. En in de tegenwoordige tijd helpt het ook niet mee dat mensen vaak alleen maar de 'leuke dingen in het leven' op sociale media zetten. 
  20. Ben je na die kraambedpsychose nog een keer psychotisch geweest?
    Wel bijna die ene keer in 2014 na mijn ontslag (zie vraag 16).
  21. Blijf je in je dagelijks leven altijd rekening houden met een terugval?
    Nee, ik sta hier niet meer elke dag bij stil. Dan zou de rest van mijn leven geregeerd worden door angsten en dat laat ik zelf niet toe. Daarvoor heb ik nu een te leuk leven. Uiteraard kan het wel zo zijn dat er ooit een terugval kan komen. Ik heb natuurlijk toch te maken met een psychosegevoeligheid. In situaties die ingrijpend zijn in een mensenleven ben ik extra alert. Aan de andere kant zit ik weleens te bedenken wat ik zou doen als ik er weer in zou belanden. Ik heb in ieder geval aan mijn man laten weten dat ik niet opgenomen wil worden of van medicatie voorzien. Ik denk dat ik mentaal sterk genoeg ben om daar op eigen houtje weer uit te komen.
  22. Is er een verandering ontstaan op emotioneel vlak ten opzichte van je kinderen? Zo ja, hoe uit zich dat?
    Ik heb gemerkt dat ik qua emoties wat oppervlakkiger ben geworden. En ja, soms ook naar mijn kinderen of mijn man toe. Zeker omdat ik het kan vergelijken met de 39 jaar dat ik nooit psychotisch ben geweest. Ik heb een lang tijd als referentiekader wat dat betreft. In mijn leven kan ik nu minder genieten van dingen. Niet dat ik depressief ben, maar het genieten is een stuk minder geworden.
  23. Hoe heeft de psychose de band met je zoons beinvloed?
    De eerste paar jaar was de band met mijn jongste kind onvoldoende. Hij trok heel erg naar zijn vader toe, en dat was voor mij erg pijnlijk om te ervaren. Lange tijd bestond ik niet voor hem. Ik heb hem nooit gedwongen om wel een band te krijgen, want ik wilde dat hij als kind daar aan toe zou zijn en dat dat niet door mij afgedwongen moest worden. Pas sinds de tijd dat hij naar school gaat en ik hem iedere dag breng, is die band veranderd. Nu (2017) hangt hij elke dag om mijn nek en zegt "Mama, ik hou van je".
  24. Kun je je alles nog herinneren of hebben anderen dit moeten navertellen?
    Ik kan me vrijwel alles herinneren, ook omdat ik dit heb opgeschreven in mijn 2 boeken. Er is wel een periode geweest waarvan ik me niets kan herinneren, dat was de eerste dagen dat ik opgenomen was. Ik was - achteraf gezien - gewoon 4 uur tijd kwijt, terwijl ik dacht dat het maar 10 seconden waren. Of dat door de psychose kwam of door de medicatie, dat weet ik niet. Maar die 4 uur tijd kwijt zijn is wel erg heftig om dat achteraf te beseffen. 
  25. Hoe emotioneel is het voor jezelf als je dit verhaal steeds opnieuw vertelt?
    Eigenlijk helemaal niet. Ik heb mijn ervaringsverhaal al opgeschreven in mijn boeken en heb al zoveel presentaties gegeven dat het mij niet meer raakt. Wat dat betreft is een stukje emotie kwijt zijn dan toch ook wel weer helpend :-).
  26. Hoe ervaar je het als je andere vrouwen begeleidt die nu in een psychose zitten?
    Ik begeleid geen andere vrouwen in een psychose, wel coach ik moeders die met de nasleep ervan te maken hebben. Ze missen in de huidige begeleiding de nazorg ervan die een ervaringsdeskundige nu juist zo goed zou kunnen doen.
  27. Na hoeveel tijd voelde je jezelf weer echt goed?
    Na een jaar ging ik weer terug naar mijn werk en had het idee dat ik wel weer mezelf was. Ik had toen nog zware medicatie die ik een jaar later ben gaan afbouwen. En nu kan ik zelf ook zeggen dat ik ook de restverschijnselen (slecht slapen, last van ontstekingen) aardig onder controle heb. Daarom verklaar ik mezelf niet alleen als hersteld, maar ook als genezen.
  28. Herbeleef je de gevoelens van die periode nu nog steeds?
    Nee, daar is geen sprake van. Ik wil juist nog weleens die periode overdenken, zodat ik deze aandoening voor anderen meer inzichtelijk kan maken. Want dat er nog zoveel onbegrip en vooroordelen over psychose zijn, dat is schrikbarend. De media helpt ook niet echt mee om daarin het beeld over mensen te veranderen. 
  29. Ben je perfectionistisch?
    Dit is een vraag waarbij ik een paar jaar geleden flink van in de stress zou zijn geschoten. Nu niet meer, en daarom kan ik deze zonder boosheid beantwoorden. De gedachte hierachter ligt waarschijnlijk in het vooroordeel dat moeders door hun drukke bestaan met teveel hooi op hun vork 'doorschieten' in een psychose. Waar dat idee vandaan komt, weet ik niet en vind ik ook erg stigmatiserend. Is dat bij hulpverleners ontstaan met de gedachte dat moeders door een bevalling depressief kunnen raken, en als dat erger wordt, in een psychose kunnen 'schieten'? Alsof door perfectionisme een psychose kan ontstaan. Dat is dus echt onjuist. Als ik aan de andere kant vertel dat men vaak denkt dat het moeders zijn die zich aan de rand van de samenleving bevinden, dan kan ik ook daar een ontkennend antwoord op geven. Kortom, inmiddels ben ik erachter dat het dus niet uitmaakt wat ik dan vertel. Als die gedachtes bij mensen blijven bestaan, dan is de enige manier voor mij om door te gaan en te blijven vertellen welke invloed deze aandoening op mijzelf heeft gehad. 
  30. Heb je tijdens de psychose ook dingen gedaan die je je niet meer herinnert?
    Of ik dingen gedaan heb, dat weet ik niet en is mij achteraf ook niet verteld. Ik heb een periode van 4 uur meegemaakt waarvan ik niet meer weet wat ik gedaan heb.
  31. Heb je een schuldgevoel naar je man en kinderen toe?
    Nee, dat heb ik niet. Toen ik wist dat ik er niets aan kon doen, was dat schuldgevoel al snel weg.
  32. Heb je nog weleens het idee dat je nog steeds 'gek' bent?
    Voor mij is het nu best lastig om te weten of ik 'normaal' functioneer. Volgens mij bestaat er binnen de GGZ al decennialang de vraag 'Wat is normaal?'. En daarnaast, wat voor de ene persoon gek is, is voor de ander compleet normaal.
  33. Was je onveilig voor jezelf, of voor anderen?
    Ja. Omdat ik door de psychose niet meer wist wat realiteit was en wat niet, werd het voor mij erg moeilijk om te bepalen wat goed was en wat niet. Voor mezelf ontbrak ook het gevoel van veiligheid en dat is een afschuwelijk gevoel. 
  34. Gebruik je nu nog medicatie, ben je onder controle?
    In 2010 heb ik medicatie (lithium) afgebouwd en sindsdien heb ik geen medicatie meer gebruikt. Overigens 'lees' ik deze vraag altijd anders, ik interpreteer deze als 'Zou het op dit moment ook fout kunnen gaan?' Het is wellicht een invulling van mijn kant, maar die gedachte komt bij mij altijd naar boven als ik deze vraag voorbij hoor komen.
  35. Had je graag borstvoeding gegeven? Zo ja, voelde je je hier schuldig over dat dat niet meer kon?
    Al na de eerste bevalling gaf ik geen borstvoeding, dus er was geen reden om me hier schuldig over te voelen.
  36. Heb je er ook positieve dingen aan overgehouden?
    Ja. Ik heb nu meer rust, omdat ik niet meer kan multitasken. Voorheen kon ik meerdere dingen tegelijk. Nu ik dat niet meer kan, mis ik het eigenlijk helemaal niet. Ook heb ik meer begrip gekregen voor andere mensen met psychische klachten. En als laatste heb ik er nu uiteindelijk mijn werk van kunnen maken. Sinds 2016 ben ik in opleiding tot integratief psychotherapeut.
  37. Was de omschakeling naar de kraambedpsychose binnen 1 dag of ging hier langere tijd overheen?
    Sterker nog, binnen 10 seconden gebeurde dit. Ik werd er dus volledig door overvallen. Vanuit de Ervaringsgroep Kraambedpsychose weet ik dat de meeste moeders niet zo acuut in een psychose belanden, maar in de loop van een aantal dagen in een verslechterde toestand raken.
  38. Kan door de medicatie je gevoel anders zijn?
    Ja, ik merkte door het gebruik van lithium dat ik een soort 'bescherming' om me heen had. Dat merkte ik pas toen ik die medicatie ging afbouwen. Ik kreeg na het afbouwen in 3 maanden tijd vier keer oog- en keelontsteking. Die ontstekingsreactie is dus al die tijd onderdrukt geweest. Nu ik vrij ben van medicatie voelt dat voor mij echt als een bevrijding.
  39. Hoe lang na de psychose schreef je jouw boeken?
    Ik ben op 17 november 2008 opgenomen en in september 2010 kwam mijn eerste boek 'Na het bidden ga ik dood' uit. In oktober 2011 kwam mijn tweede boek 'Angst en Onrust' uit.
  40. Hoe heeft je man die periode beleefd?
    Uiteraard als bijzonder zwaar. In eerste instantie wist hij natuurlijk niet wat er met me aan de hand was, maar wist wel dat het goed fout was. Daarbij is hij elke avond naar het Erasmus MC gereden en had hij ook de zorg voor onze oudste zoon (destijds 11 jaar). 
  41. Welke invloed heeft deze gebeurtenis op jullie relatie gehad?
    We weten heel goed wat we aan elkaar hebben en kunnen er ook gewoon grappen over maken. Omdat ik in het begin van de psychose over telepathie heb gesproken, kunnen we daar nu nog wel om lachen.
  42. Waren jouw kinderen bang voor je?
    Nee, volgens mij niet.
  43. Kan je man goed praten over wat er is gebeurd?
    Niet altijd. Ik kan zelf wel vrijuit met hem erover praten, maar soms is er een moment waar hij dan heel even moeite mee heeft.
  44. Hoe is het nu met Jeroen?
    Met Jeroen gaat het prima. Het is een vrolijk mannetje en kletst de oren van je hoofd.
  45. Hoe is nu de band met je man?
    Goed, het heeft onze band eerder versterkt.
  46. Heb je Jeroen iets aan willen doen?
    Helaas moet ik daar het antwoord 'ja' op geven. Gelukkig was ik toen al opgenomen in het Erasmus MC, maar er is daar een situatie ontstaan waarbij ik tegen mijn man vertelde dat mijn kind niet in orde was. 
  47. Hoe ging het met je jongste zoon tijdens en na de psychose?
    Die was toen nog erg klein. Hij werd mee opgenomen op de Moeder-Baby-Unit. Ik kon hem dus - onder begeleiding van een verpleegkundige - verzorgen.
  48. Hoe is de band met je jongste kind nu? Is dit door de psychose beinvloed?
    De band met Jeroen is nu goed, maar dat is niet steeds zo geweest. Hij trok in het begin erg naar mijn man toe en liet mij vaak links liggen. Dat was soms heel erg pijnlijk, maar heb hem altijd de ruimte gegeven om die (onbewuste) gevoelens te kunnen verwerken.
  49. Hebben je kinderen angsten of problemen aan deze situatie overgehouden?
    Bij mijn weten niet. De jongste heeft 'normale' angsten gehad zoals de angst voor spoken 's avonds. Toen ik hem vertelde dat het spookje in zijn blootje zou staan als je hem op z'n hoofd zou zetten, was zijn angst omgezet in een lachwekkende situatie. Ik raad het iedere ouder aan om dit te vertellen :-).
  50. Hoe was die periode voor je oudste zoon? Heeft hij er op latere leeftijd last van gehad?
    Die periode was erg verdrietig voor hem. Hij heeft het natuurlijk bewust meegemaakt dat zijn moeder zo in de war raakte. Hij werd gerustgesteld door een vriendin van mij die tegen hem vertelde dat zijn moeder erg sterk is en er wel weer bovenop zou komen.
  51. Wordt er thuis nog veel over de situatie van toen gesproken?
    Omdat het mijn werk is geworden is de openheid hierover binnen ons gezin heel normaal.
  52. Heb je na die periode nog contact gehad met de kraamverzorgende? Zo ja, wat was haar reactie?
  53. Ik heb naderhand de kraamverzorgende gesproken. Voor haar was het ook prettig om een nagesprek te hebben over deze ervaring. Ze twijfelde aan zichzelf of ze misschien signalen gemist had die ze had moeten rapporteren. Ik heb haar laten weten dat ze op geen enkele manier dit had kunnen zien of had kunnen opmerken. Later heb ik een training gegeven bij de kraamzorgorganisatie waar ze werkzaam is. Die training was erg zinvol, omdat ze nu een beter inzicht kregen in het herkennen van symptomen. Dit belichten vanuit ervaringskennis geeft een heel ander beeld dan vanuit een boek of door ervaringen van anderen te horen.
  54. Heb je iets gemist in de hulpverlening?
    Ja, ik heb een ervaringsdeskundige gemist. Iemand die daadwerkelijk begreep wat ik voelde en wat die psychotische ervaring met me had gedaan. Daarnaast heb ik vooral gesprekken gemist. Over wat ik voelde en wat ik meemaakte. Omdat de hulpverlening bij voorbaat al bepaald heeft dat gesprekken belastend kunnen zijn, worden gesprekken tot minimaal gereduceerd. Hoe goed en ervaren de hulpverlening ook is, het zelf ervaren van een kraambedpsychose is iets heel anders. 
  55. Wat vond je juist fijn tijdens de opname?
    Een hele lastige vraag. Wat ik als prettig heb ervaren is de deskundigheid van de hulpverleners. Ze zijn in staat om moeders te helpen en nu achteraf ook open te staan voor de inbreng die ik heb vanuit ervaringskennis. Overigens is dat van beide kanten, want ik begrijp nu dat zij als hulpverleners met heel veel dilemma's geconfronteerd worden.
  56. Sprak je jouw triggers uit naar verpleegkundigen of hield je deze voor jezelf?
    Nee, vanwege mijn enorme angst sprak ik deze niet uit. Het is voor leken amper  te bevatten, maar die angst zorgde ervoor dat ik werkelijk niemand vertrouwen. En als het vertrouwen ontbreekt, dan durf je niet open te zijn.
  57. Wat kun je als hulpverlener beter wel of niet zeggen tegen een patient met een kraambedpsychose?
    Je kunt eigenlijk alles wel zeggen. Ik begrijp eerlijk gezegd niet wat je niet zou kunnen zeggen. De vraag is of het goed aankomt...
  58. Wat heeft jou geholpen, of juist niet?
    Mij heeft het geholpen dat ik wist dat het Erasmus MC onderzoek doet naar kraambedpsychose. Dat was voor mij in die zin helpend dat ik meteen mijn schaamtegevoel kwijt was. Als zij er onderzoek naar doen, waarom zou ik me dan schamen?
  59. Na hoeveel dagen werd de huisarts ingeschakeld?
    Dezelfde avond, omdat het al direct duidelijk was dat er een groot probleem was ontstaan.
  60. Merkte je vanuit je werkomgeving onbegrip? Of zelfs afschuw?
    Nee, er was geen onbegrip of afschuw. Men heeft er begrip voor gehad. Dat maakte het voor mij des te gemakkelijker om mijn werk weer te kunnen oppakken.
  61. Wat waren de redenen van vroegere vriendinnen om afstand van je te nemen?
    Ik weet niet wat de redenen zijn, maar misschien vinden ze het eng.
  62. Kunnen alle vrouwen zich een kraambedpsychose zo goed herinneren?
    Nee, er zijn moeders die zich de hele periode niets tot bijna niets kunnen herinneren. Dat is per moeder verschillend.